Rechter oordeelt over de opeisbaarheid van kindsdelen en hoe zit het ook alweer met de kindsdelen
- Peter van Noort
- 22 jul 2025
- 5 minuten om te lezen
Onlangs oordeelde de rechtbank over de opeisbaarheid van de kindsdelen.
De kinderen verwijzen naar het langstlevende testament dat hun vader in 1988 heeft getekend. Daarin heeft hij zijn vermogen als volgt verdeeld: zijn echtgenote erft al zijn bezittingen en zijn kinderen krijgen een vordering ter grootte van hun kindsdeel. De kinderen kunnen deze vordering pas opeisen bij overlijden van zijn weduwe of als zij hertrouwt.
De man overlijdt in 2004 en zijn weduwe trouwt opnieuw in 2012. Maar wel onder het maken van huwelijkse voorwaarden. Zij denkt hierdoor te voorkomen dat zij de vadersdelen moet uitbetalen. In heel veel langstlevende testamenten staat namelijk dat de kinderen hun erfdeel alleen kunnen opvorderen als de langstlevende hertrouwt zonder het maken van huwelijkse voorwaarden. In het testament van haar overleden man ontbreekt echter die laatste toevoeging.
De rechter is van mening dat hij het testament niet ruimer mag uitleggen. Door te trouwen met haar nieuwe echtgenoot moet de weduwe de kinderen van haar overleden man nu uitbetalen.
Dit stimuleerde mij om een notitie te maken van de bepalingen van kindsdelen bij geen en wel testament.
Om te onthouden:
1.Ā Ā Laat bij beduidende verschillen tussen de WOZ-waarde en de werkelijke waarde het onroerend goed taxeren.
2.  Ik beveel aan om de rente-afspraak en de hoogte van de kindsdelen op basis van een boedelbeschrijving (wellicht met het taxatietrapport van het onroerend goed) in een notariële akte vast te leggen.
3.Ā Ā Ga over tot het bijhouden (of laten doen) van een administratie en informeer de belanghebbenden een keer per jaar schriftelijk over de bevindingen.
4.Ā Ā Vanaf 1 januari 2024 worden in ieder geval de kindsdelen die ontstaan zijn onder de wettelijke verdeling zonder ander afgesproken rentepercentage bij geen testament opgerent met 1%.
Ā
Ā
Ā
Ā
Ā
Ā
BEPALING KINDSDEEL BIJ GEEN TESTAMENT
Bij afwezigheid van een testament, maar met een huwelijk en kinderen, regelt de wet automatisch de erfgenamen. De erfenis wordt gelijk verdeeld tussen de langstlevende echtgenoot en de kinderen, waarbij het deel van de kinderen bekend staat als het ākindsdeelā.
Sinds 2003 heeft de wet een belangrijke wending genomen. De langstlevende echtgenoot is niet langer verplicht het erfdeel van een kind onmiddellijk uit te betalen, maar behoudt de controle tot aan het eigen overlijden. Hoewel de kinderen erfgenamen zijn en blijven, wordt hun erfdeel nog niet uitgekeerd. Dit wordt ook wel de āwettelijke verdelingā genoemd
Wat telt bij het vaststellen van de kindsdelen indien er sprake is van onroerend goed?
Voor de civielrechtelijke boedelverdeling (dus het bepalen van wat ieder kind toekomt), telt de werkelijke waarde van het onroerend goed. De WOZ-waarde wordt vaak alleen gebruikt voor fiscale doeleinden (zoals erfbelasting), tenzij anders overeengekomen. Om discussie te voorkomen ontkom je er niet aan om het onroerend goed (meestal woonhuis) te laten taxeren. Zeker als de waarde beduidend hoger is dan de WOZ-waarde, die gebruikt is bij de aangifte erfbelasting.
Het vaststellen van de erfdelen is belangrijk, om onduidelijkheid bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot te voorkomen. Zorg er dus voor dat de omvang van de vordering duidelijk is bij alle betrokkenen.
Is er ook sprake van rente over het vastgestelde kindsdeel?
Na het overlijden van de eerste echtgenoot blijft de langstlevende achter met de volledige erfenis, maar ontstaat er een schuld aan de kinderen, die lijkt op een lening. Deze schuld kan rente met zich meebrengen en recente wetswijzigingen hebben deze kwestie extra relevant gemaakt.
Volgens de wettelijke regeling hebben de kinderen recht op een rentevergoeding over hun vorderingen. Maar daar zit wel een beperking op. Het betreft een enkelvoudige rente (de rente wordt berekend over de hoofdsom) en als rekenmaatstaf geldt: de wettelijke rente minus 6%.
Met de verhoging van de wettelijke rente naar 7% per 1 januari 2024, wordt voor het eerst de 6%-grens overschreden. Dit betekent dat de langstlevende rente moet betalen (1% in dit geval) over het erfdeel dat zij āin beheerā hebben voor de kinderen.Ā
Ondanks de wijdverspreide misvatting dat de langstlevende de enige erfgenaam is, blijven de kinderen erfgenamen, wat een schuld creƫert. De recente rentewijziging vergroot deze schuld en heeft invloed op verschuldigde erfbelasting bij het overlijden van de langstlevende.
Ā
Kan een ander rentepercentage worden afgesproken?
De wet biedt de mogelijkheid om bij het overlijden van de eerste ouder een andere rente af te spreken, als dit fiscaal aantrekkelijk is. Die afspraak ā bijvoorbeeld een samengestelde rente van 6% (rente op rente) ā moet wel binnen de aangiftetermijn van acht maanden (vermeerderd met de eventuele uitstelperiode) na het overlijden gemaakt worden. In dat geval wordt voor de berekening van de erfbelasting bij het eerste overlijden rekening gehouden met de afgesproken rente.
Door de hogere rente wordt de nalatenschap van de langstlevende (stief)ouder verder uitgehold, zodat er bij diens overlijden minder erfbelasting verschuldigd is.
Administratieve handelingen periodiek
Ik beveel aan om de rente-afspraak en de hoogte van de kindsdelen (wellicht met het taxatietrapport van het onroerend goed) in een notariƫle akte vast te leggen.
Vervolgens is het dus zaak om vanaf het overlijden het verloop goed bij te houden. Het lastige hierbij is dat die vordering en de corresponderende schuld van de (stief)ouder niet in de aangiftes inkomstenbelasting zichtbaar zijn. Het kind hoeft de vordering en de bijgeschreven rente namelijk niet op te geven en de langstlevende (stief)ouder kan de schuld en de rente niet in aftrek brengen.Ā
Stel je maar eens voor dat bijvoorbeeld over een periode van 15 jaar niets is bijgehouden. Niets van renteberekeningen en niets van eerdere uitbetalingen door de langstlevende van de kindsdelen in gelijke en/of ongelijke delen. Een oplossing is om een van de betrokkenen jaarlijks een berekening van de kindsdelen te laten maken en dit kenbaar te maken aan alle betrokkenen.
Wanneer is de vordering van het kindsdeel met eventuele rente opeisbaar?
Als de overledene geen testament heeft, geldt het wettelijke erfrecht. Meestal betekent dit:
De langstlevende echtgenoot krijgt alle bezittingen (en schulden), maar de kinderen krijgen een niet-opeisbare vordering op de langstlevende.
Het kindsdeel wordt pas opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot, tenzij er sprake is van een andere wettelijke reden (zie hieronder).
Wanneer wordt het kindsdeel dan wel eerder opeisbaar?
Als de langstlevende failliet gaat of in de WSNP (schuldsanering) komt.
Als de langstlevende instemt met eerder uitbetalen.
BEPALING KINDSDEEL BIJ TESTAMENT
Het kan gewenst zijn om op bepaalde punten van de wettelijke regeling af te wijken en de wettelijke verdeling aan te passen. Dit kan alleen in een testament worden vastgelegd.
Waarbij opgemerkt dat de erflater aan van alles kan sleutelen, zolang er maar een (1) kind en een echtgenoot als erfgenamen overblijven, om aan de bestaansvoorwaarden van de wettelijke verdeling te voldoen.
Zo maakt de wetgever het mogelijk om binnen de wettelijke verdeling wijziging aan te brengen op vijf punten:
1.Ā Ā De opeisbaarheid van de vordering (tijdstip/voorval);
2.Ā Ā De rente over de vordering (renteloos/ander %);
3.Ā Ā De toerekening van de betaling/overdracht op de vordering (bijv. hoofdsom in stand houden en eerst rente betalen);
4.Ā Ā De verplichtingen van de langstlevende uit hoofde van de wilsrechten (deze opheffen, beperken of uitbreiden);
5.Ā Ā Stiefkind in de wettelijke verdeling betrekken.
Ā
Ā

Ā
Ā
Ā




Opmerkingen